

Op het moment dat Ilse bij De Deur in Huis begon, was een loopbaan als architect voor haar nog maar relatief kort geleden een realistisch beeld geworden. Tijdens haar bouwkunde-opleiding kon ze nog alle kanten op. Na een minor in Barcelona, waar ze kennismaakte met veel aspecten van het architectuurvak, was ze definitief om. ‘Ik begreep toen dat er meer achter een gebouw zit dan alleen een functie. De mensen daar waren heel gedreven en superenthousiast, dat was aanstekelijk. Na mijn afstuderen dacht ik: ik ga het gewoon proberen.’ Zo begon ze aan de Academie van Bouwkunst.
Eerder werkte Ilse bij een bouwkundig ingenieursbureau. Een architectenbureau is andere koek. Maar haar eerste indruk van De Deur in Huis is positief: ‘Er werken veel jonge mensen, dat maakt het leuk. Veel meiden ook, dat is gezellig.’ In dit vak kan dat ook anders zijn, vertelt ze lachend. Maar van extra druk om zich als jonge vrouw te bewijzen, heeft ze geen last, verzekert ze.
Ilse heeft oog voor het verleden van plekken en gebouwen. In Loppersum, waar haar ouders wonen, ziet ze hoe in de versterkingsoperatie hele straten en wijken gesloopt worden. Niet altijd komt er iets goeds voor terug. ‘Ik vind het jammer dat de oude kern en de sfeer die daarbij hoort, op zulke plekken verdwijnt. Het lijkt me interessant om te kijken hoe je iets nieuws kunt creĆ«ren zonder daarbij de historische waarde te verliezen.’
De Deur in Huis ontwerpt veel woningen in het aardbevingsgebied. Ilse merkt dat het bureau dergelijke projecten niet volgens een standaard patroon afwerkt. ‘Soms voelt het als copy-paste, als je ziet wat in sommige dorpen gebouwd wordt. Maar hier heb ik het gevoel dat ze steeds met een frisse blik naar elke plek kijken, en er aandacht aan besteden. Gelukkig maar. Moet je voorstellen dat jouw wijk gesloopt wordt, en er een architect komt die al helemaal bedacht heeft wat er voor terug moet komen. Het is wel jouw huis.’
Als architect kun je het verschil maken, weet Ilse. ‘Wat je ontwerpt, staat er niet alleen voor jezelf, maar ook voor anderen. Het draagt bij aan de omgeving, aan hoe mensen zich voelen, aan wat voor sfeer een gebied uitstraalt. Misschien ontwerp je wel een soort landmark, een kenmerkend punt waar mensen met elkaar afspreken.’ Een pand ontwerpen en vanaf de grond opbouwen is voor haar overigens niet de ultieme opgave. Liever zou ze met een bestaand gebouw aan de slag gaan. ‘Het lijkt mij mooi om bijvoorbeeld een oud herenhuis helemaal te renoveren. Dat je het in ere herstelt, maar het ook klaarmaakt voor de toekomst.’