

Terwijl Rowan in Groningen de hbo-opleiding Built Environment volgde, wist hij al wat zijn volgende stap zou zijn. Dus vertrok hij na het behalen van zijn diploma naar Delft, om aan de Technische Universiteit architectuur te gaan studeren. Na zijn studie zou hij terugkeren naar Groningen, wist hij ook al. ‘Gewoon omdat ik de stad miste. Het menselijke, het onderlinge contact, de warmte. In de Randstad vond ik het wat ruwer en killer. Daarom wilde ik graag terug.’
De route via hbo en TU koos Rowan heel bewust, nadat hij als tienjarig jochie al besloten had architect te willen worden. ‘Ik speelde vroeger met mijn broer en zus het computerspel The Sims, puur omdat je daarin zelf huizen kon bouwen.’ Lachend: ‘Het spelen met de karakters interesseerde me niet zoveel.’ Vanaf de vierde klas van het vwo ging hij jaarlijks in Delft kijken, maar ook aan de Hanze in Groningen. Uiteindelijk zou hij achtereenvolgens op beide plekken terechtkomen.
Nadat Rowan zijn master architectuur behaald had, kwam hij een vacature van De Deur in Huis tegen. Even overwoog hij om ook bij grotere bureaus te solliciteren. ‘Maar de korte lijnen en de directe communicatie hier gaven me een heel goed gevoel. Dit moet ik gewoon doen, dacht ik eigenlijk meteen.’
Rowan beseft dat hij als beginnend architect nog veel moet leren. ‘Ik heb wel bouwkunde gestudeerd, maar in hoe ze hier praten merk ik nu al dat er zoveel kennis is op het vlak van detaillering en het bouwkundige deel van architectuur. Maar ik wil ook leren hoe het werkt met financiën, en met opdrachtgevers, aannemers, buurtbewoners. Ik wil het complete plaatje van het vak hebben.’
Een relatief jong bureau als De Deur in Huis voelt voor Rowan als een ideale plek om zichzelf te ontwikkelen. ‘Ik merk nu al dat ik hier best wat verantwoordelijkheid krijg. Dat bevalt me heel erg goed. Je hebt hier minder het gevoel dat je voor een baas werkt, maar eerder dat je samen met een project bezig bent. Het is een heel open bedrijf, waar het weinig over ego gaat en iedereen openstaat voor elkaars feedback en kritiek.’
Als architect is Rowan veel bezig met de context waarin hij ontwerpt. Daaruit volgt vanzelf het materiaal en de vorm. Het liefst zou hij aan mooie projecten in de publieke sector werken, met als droomklus het ontwerpen van een museum. ‘Dat vind ik het meest interessante van architectuur: hoe mensen zich in een ruimte tot elkaar verhouden. Maar of dat nou in een gebouw voor de zorg is, een museum of een school – dat maakt me niet uit.’ Zijn ultieme einddoel: het ontwerpen van een gebouw waarvan iedereen unaniem de kwaliteit erkent, zonder dat je er als architect zelf nog iets aan hoeft toe te voegen.