Derk Boeremastraat
Appingedam
JAAR2023-2025
TYPEBeeldkwaliteitsplan
OPDRACHTGEVERGemeente Eemsdelta en Nationaal Coördinator Groningen
Het project “Sloop- en Nieuwbouw Derk Boeremastraat” heeft betrekking op 98 woningen gebouwd tussen 1948 en 1958. Van de 98 woningen zijn 18 in bezit van woningcorporatie ‘Groninger Huis’. De overige 80 zijn in particulier bezit. De woningen zijn gelegen aan de Derk Boeremastraat, de Karel Doormanstraat, de Lisstraat en de Westerkade in het aardbevingsgebied van Appingedam. Dit project is een specifieke opgave waar sprake is van sloop- nieuwbouw in een karakteristieke buurt; de buurt Westerdraai. De woningen beschikken over een eigen bijzondere architectonische kwaliteit. Kenmerkend zijn onder andere de kleinschalige opzet, de aanwezige ornamentiek en de zorgvuldig uitgewerkte details die het straatbeeld een specifieke uitstraling geven.
Dit project is onderdeel van een ingrijpend vraagstuk dat in het Noorden de dynamiek en druk op de woningmarkt bepaalt. Aardbevingen, een verouderde woningvoorraad en de ambitie om architectuur duurzamer te maken, lijken een hele generatie woningbouw, oneerbiedig gezegd, van de kaart te vegen. Plekken waar ruim een halve eeuw woongeschiedenis ligt, waar mensen hun thuis vonden en zich geworteld hebben, waar herinneringen, gewoontes en woonroutines zijn ontstaan verdwijnen langzaam.
Voor de aanpak van de Derk Boeremastraat heeft De Deur in Huis samen met de bewoners een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin deze thema’s centraal staan. Het plan vormt een leidraad voor de ruimtelijke en architectonische keuzes die bij de herontwikkeling worden gemaakt. Naast de opzet van dit plan wordt ook tijdens de uitwerking van het architectonisch ontwerp een rol vervuld als supervisor, zodat de oorspronkelijke kwaliteiten van de buurt worden meegewogen in de toekomstige bebouwing en de identiteit van de Westerdraai behouden blijft en versterkt kan worden.
Uitkomst van vele bewonersbijeenkomsten was dat de identiteit van de wijk Westerdraai behouden moest blijven, ondanks dat de hele straat vernieuwd zal worden. De herkenbaarheid en uniformiteit van de wijk zal daarvoor als vertrekpunt dienen. De kenmerken en kwaliteiten van de bestaande bebouwing en de directe leefomgeving hebben we daarom zorgvuldig onderzocht en vastgelegd in heldere criteria binnen het beeldkwaliteitsplan (BKP). Deze criteria dienen niet alleen voort te komen uit vakinhoudelijke expertise, maar nadrukkelijk ook uit de ervaringen, waarderingen en belevingen van de bewoners zelf. De wijk is immers meer dan een verzameling gebouwen: het is een omgeving waarin mensen wonen, zich thuis voelen en herinneringen opbouwen. Om deze waarden te borgen, is een projectteam samengesteld dat bestaat uit deskundigen met uiteenlopende achtergronden en kennisvelden, waaronder ervaring met de specifieke problematiek van het aardbevingsgebied. Deze multidisciplinaire benadering maakt het mogelijk om het project vanuit meerdere invalshoeken te benaderen en een afgewogen plan te ontwikkelen waarin zowel technische, ruimtelijke als sociale aspecten een plaats krijgen.
Voordat het beeldkwaliteitsplan kan worden opgesteld, is het belangrijk om goed te begrijpen wat de wijk Westerdraai zo kenmerkend maakt. Hiervoor zijn ruimtelijke- en historische analyses uitgevoerd gecombineerd met een onderzoek naar de stedenbouwkundige- en architectonische waarden. De architectuur van de blokken aan de Derk Boeremastraat en omgeving vertoont veel gelijkenis en staat daarmee in dienst van het stedenbouwkundig beeld. De woningen zijn als een geheel ontworpen, verdeeld in groepjes van twee. Maar wie goed naar de woningen kijkt, ontdekt op een fijner schaalniveau steeds meer subtiele variaties, die het plan heel veelzijdig maken en het collectieve beeld daarmee meer dan gelijkvormig. In het stedenbouwkundig plan zijn er vijf soorten woningen te onderscheiden; type A tot en met E.
Als we iets dichterbij de gevels gaan staan, zien we meer verschillen en nuances opdoemen. De ramen en deuren vormen weliswaar op straatniveau lange rijen van gevelopeningen, dichterbij is het een samenstel van verschillende, verticale raamvormen, op één groot horizontaal woonkamerraam na. Vooral dat grote woonkamerraam maakt de woningen nog steeds eigentijds van karakter en is een onmiskenbare bijdrage aan de woonkwaliteit. Ook blijken de ramen allemaal net anders gepositioneerd en per blok bijna altijd gespiegeld ten opzichte van elkaar, een gevolg van de minimale, maar voor het beeld verrijkende variatie tussen de verschillende woningtypen. Nog steeds vertonen de metselwerken gevels en de verschillende gevelopeningen veel eenheid, maar de diversiteit springt in het oog, waarbij naast verschillen in vorm en positie tussen de typen, de samenhang van entree, ramen en dakkapel per woningtype opvallend is. Er bestaan dus verschillende trio’s van entree, ramen en dakkapel, wat vorm en positie betreft, maar in uitstraling zijn ze duidelijk overtuigend op elkaar afgestemd. Hoewel er dus variatie is toegepast, ondersteunt deze de stedenbouwkundige en architectonische eenheid. Herhaling, samenhang en ritmiek bepalen met andere woorden de basiskwaliteit van de gevel.
Samen met de gemeente en de bewoners zijn de uitgangspunten geformuleerd. Hierbij wordt vastgelegd welke elementen van de bestaande gebouwen en ruimtelijke structuur van waarde zijn en hoe deze in de nieuwe ontwikkeling herkenbaar kunnen blijven. De resultaten hiervan vormen de basis voor de criteria (‘spelregels’) van de welstandtoetsing. Daarbij wordt er ook rekening gehouden met de oude- en nieuwe bouwbesluit regels. Daarmee ontstaat een zorgvuldig afgewogen kader dat recht doet aan de identiteit van de wijk én aansluit bij de hedendaagse opgaven rond veiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid.
Hoewel het gehele ensemble wordt vernieuwd, laat een volumestudie van de woningen zien dat ze, bijna 80 jaar oud, nagenoeg aan de huidige regelgeving van het bouwbesluit voldoen. Dit gegeven zegt niet alleen iets over hoe modern de woningen destijds waren, maar ook over hoe goed en slim ze zijn ontworpen. Bovendien stelt het ons in staat om de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten zorgvuldig te handhaven. We gaan kortom verder met de opzet van de buurt zoals die is en zoals die enkele ruimtelijke kenmerken van de Tuinstad-gedachte vertoont; de open en los geordende structuur van straat en woningen met een eenduidige hoofdvorm, de ruimte tussen de hoofdbebouwing in die we in tact laten, evenals het profiel en het groene karakter van de straat. Ruimte voor de vergroting van de woningen die nodig is om ze aan hedendaagse regelgeving te laten voldoen, vinden we zodoende aan de achterzijde, tenzij een specifieke situatie uitbreiding naar achteren niet toelaat. De huidige woningen bestaan uit een bouwlaag met een hoge kap, waardoor er boven de eerste verdieping (in de kap) nog een zolderruimte is. Omdat deze hoofdvorm erg bepalend en herkenbaar is, houden we, ook in de vergrote situatie, de goothoogte en de hellingshoek van het dak gelijk aan het oorspronkelijke ontwerp.
De ambitie was om een beeldkwaliteitsplan en welstandscriteria op te stellen waarin collectiviteit een sterke drager vormt van dat beeld, maar ook een stuk waarin individuele wensen mogelijk moeten zijn. Dit vraagt om een zorgvuldig proces waarin alle betrokken stakeholders, van bewoners en belanghebbenden tot aannemer en beleidsmakers, op de juiste momenten worden geïnformeerd, gehoord en actief betrokken. Het gezamenlijk bepalen van de uitgangspunten en het maken van de belangrijkste keuzes vormt hierbij een cruciaal onderdeel.
Door vroegtijdige participatie van bewoners ontstaat de mogelijkheid om samen kaders te formuleren die niet alleen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit, maar ook het karakter en de identiteit van de wijk Westerdraai behouden. Om dit te bereiken zijn verschillende participatiemomenten georganiseerd. Tijdens bewonersavonden werd ruimte geboden om wensen, zorgen en ideeën naar voren te brengen, zodat deze konden worden meegenomen in de verdere uitwerking van het beeldkwaliteitsplan. Met behulp van gestructureerde vragenlijsten werd informatie verzameld, waardoor inzicht ontstond in de onderwerpen die bewoners het meest van belang achten. Naast de bewonersavonden zijn er ook laagdrempelige inloopmiddagen georganiseerd. Deze momenten boden bewoners de kans om in een meer persoonlijke setting in gesprek te gaan, gedachten uit te wisselen en aanvullende suggesties te doen. Door de combinatie van groepsbijeenkomsten en individuele gesprekken werd niet alleen het collectieve belang zichtbaar gemaakt, maar werd er ook recht gedaan aan de diversiteit binnen de wijk. Op deze manier kreeg het beeldkwaliteitsplan een brede basis, waarin zowel samenhang als persoonlijke inbreng een plek kon vinden.
Bronnen: luchtfoto – pdok.com, vogelvlucht foto – Groninger Archieven